Laden...

Voorbeeldexamen Klein Vaarbewijs 2, mei 2016

VAMEX mei 2016 26 vragen Klein Vaarbewijs 2

Voorbeeldexamen voor het Klein Vaarbewijs 2, gepubliceerd door VAMEX in mei 2016. De vragen behandelen aanvullende regelgeving voor grote wateren.

1 Wettelijke bepalingen ruim vaarwater
1 punt

U gaat op de Westerschelde ter hoogte van Breskens anker op en vaart de Westerschelde op in oostelijke richting langs Terneuzen en langs Hansweert en gaat opnieuw ten anker ter hoogte van het dorp Waarde (zie plaatje). Met welk scheepvaartreglement of met welke scheepvaartreglementen heeft u tijdens deze vaartocht te maken?

Vraagafbeelding
a. Met het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW) én de bijzondere Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op zee (BVA).
b. Met het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW) én het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT).
c. Met het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW) én de bijzondere Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op zee (BVA) én het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT).
d. Uitsluitend met het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW).
Toon antwoord

Correct antwoord

d. Uitsluitend met het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW).

Toelichting

Artikel 1 SRW. In dit artikel staat het gebied waar het SRW geldt exact aangegeven. Als u een kaart van de Noordzee (1801) weet te bemachtigen kunt u de coördinaten die in artikel 1 SRW staan in die kaart aanbrengen. Los van het feit dat dit een goede oefening is ziet u hoe ver zeewaarts in de monding van de Westerschelde het SRW (en niet de BVA!) van kracht is. Uiteraard is de inhoud van het SRW helemaal op de BVA aangepast.

2 Wettelijke bepalingen ruim vaarwater
1 punt

Schip I ligt ten anker. Schip II ligt gemeerd. Schip III is vast gevaren. Welk van de schepen is volgens het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW) ’varend’?

a. Alleen schip III.
b. Geen van genoemde schepen.
c. Schip I en schip III.
Toon antwoord

Correct antwoord

b. Geen van genoemde schepen.

Toelichting

Artikel 2 SRW

3 Wettelijke bepalingen ruim vaarwater
1 punt

In een deel van het Redegebied van Vlissingen is een zogenoemd ‘voorzorgsgebied’. Wat is in dit gebied volgens het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW) verboden?

a. Ankeren.
b. Zeilen.
c. Het schip met de stroom mee laten drijven.
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Ankeren.

Toelichting

Artikel 47 SRW

4 Wettelijke bepalingen ruim vaarwater
2 punten

Klein zeilschip Kim zeilt over bakboordboeg in een betonde vaargeul en vaart daarbij in gestrekte koers dicht langs de betonning aan zijn stuurboordkant. Als tegenligger nadert een groot zeilschip Vu, zeilend over stuurboordboeg. Vu vaart in diezelfde betonde vaargeul in gestrekte koers dicht langs de betonning aan zijn bakboordkant. Er is gevaar voor aanvaring. Zie het plaatje. Hoe is de voorrang in het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW) geregeld?

Vraagafbeelding
a. Vu moet uitwijken voor Kim, want 'stuurboordboeg wijkt voor bakboordboeg'.
b. Vu moet uitwijken voor Kim, want Kim houdt de stuurboordzijde van de vaargeul.
c. Kim moet uitwijken voor Vu, want 'klein wijkt voor groot'.
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Kim moet uitwijken voor Vu, want 'klein wijkt voor groot'.

Toelichting

Artikel 18g SRW

5 Wettelijke bepalingen ruim vaarwater
2 punten

Aan welke lichten is op de Westerschelde een 'bovenmaats zeeschip' 's nachts te herkennen?

a. Eén rood licht, rondom schijnend.
b. Twee rode lichten boven elkaar, rondom schijnend.
c. Drie rode lichten boven elkaar, rondom schijnend.
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Drie rode lichten boven elkaar, rondom schijnend.

Toelichting

Artikel 28 SRW

6 Wettelijke bepalingen ruim vaarwater
2 punten

U zeilt met een klein schip op een vaarwater waarop het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW) van kracht is. U vaart met een open zeilboot van 8 meter lang. Het is nacht en u voert een rondomschijnend wit licht in de top van de mast (zie plaatje). Wat is volgens het SRW juist?

Vraagafbeelding
a. Deze verlichting is niet voldoende voor een klein zeilschip.
b. Deze verlichting is voor elk klein zeilschip voldoende.
c. Deze verlichting is voldoende alleen maar voor een klein zeilschip korter dan 7 meter.
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Deze verlichting is voldoende alleen maar voor een klein zeilschip korter dan 7 meter.

Toelichting

Artikel 41 lid 5c SRW

8 Wettelijke bepalingen ruim vaarwater
2 punten

Op de Waddenzee komen twee betonde vaargeulen bij elkaar. Klein zeilschip Lot vaart met zeil over bakboord. Groot zeilschip Wil vaart met zeil over stuurboord. Er ontstaat gevaar voor aanvaring. Wat bepaalt het Binnenvaartpolitiereglement (BPR)?

Vraagafbeelding
a. Groot zeilschip Wil moet voorrang verlenen aan klein zeilschip Lot omdat bij zeilschepen onderling ‘stuurboordboeg wijkt voor bakboordboeg’.
b. Groot zeilschip Wil komt uit een nevenvaarwater en mag bij het invaren van het hoofdvaarwater van klein zeilschip Lot medewerking verlangen.
c. Klein zeilschip Lot moet voorrang verlenen aan groot zeilschip Wil omdat Wil op het hoofdvaarwater vaart.
d. Klein zeilschip Lot moet voorrang verlenen aan groot zeilschip Wil omdat ‘klein wijkt voor groot’. NAVIGATIE
Toon antwoord

Correct antwoord

b. Groot zeilschip Wil komt uit een nevenvaarwater en mag bij het invaren van het hoofdvaarwater van klein zeilschip Lot medewerking verlangen.

Toelichting

Bij de vaarregels kan er sprake zijn van ‘voorrang’ moeten verlenen en ‘medewerking’ moeten verlenen. Zie ook ons document ‘Struikelblokken’ (te vinden bij de downloads) en de vragen 10 en 11 (en antwoorden) in ons voorbeeldexamen KVB1. Het gedrag op samenkomsten van een hoofdvaarwater met een nevenvaarwater of haven wordt geregeld in artikel 6.16 BPR. Het voorbeeld van vraag 8 wordt geregeld in artikel 6.16 lid 2 BPR. Daar staat dat het grote schip (het BPR maakt hier geen onderscheid tussen motorschip of zeilschip) bij het uitvaren van het nevenvaarwater medewerking mag verlangen van een schip op het hoofdvaarwater. Het maakt volgens het BPR in dit geval niet uit of het schip (in dit geval Lot) op het hoofdvaarwater groot of klein is. Volgens artikel 6.03 lid 6 BPR moet het ‘uitvarende’ schip ervoor zorgen dat het schip op het hoofdvaarwater niet ‘plotseling en in sterke mate koers of snelheid moet wijzigen’. Hinderen mag dus, zolang dit ‘verantwoord’ gebeurt. De sleutel-woorden zijn ‘plotseling en in sterke mate’. Het schip op het hoofdvaarwater moet meewerken; dat staat in artikel 6.03 lid 7 BPR. De ‘medewerkingsregel’ staat naast de ‘voorrangsregel’. In de examenvragen wordt dat onderscheid strikt gevolgd. Als u de betonning weg denkt ontstaat een voorrangsregel bij koerskruisen, wat niet in artikel 6.16 is geregeld maar in artikel 6.17 BPR. Volgens artikel 6.17 lid 3 BPR zou dan klein (zeil-)schip Lot voorrang moeten verlenen aan groot (zeil-)schip Vu (antwoord –d-). Als u de betonning weg denkt en Vu zou een klein zeilschip zijn, dan zou Vu volgens artikel 6.17 lid 6a BPR voorrang moeten verlenen aan Lot (antwoord –a-). Gelet op de betonning vaart Lot in een hoofdvaarwater en Vu komt uit een nevenvaarwater. Daarom is antwoord –c- niet goed.

9 Navigatie
2 punten

U vaart op het Markermeer tussen Marken en Enkhuizen. Door de wind vormen zich witte schuimkoppen. Wat is de windkracht volgens de schaal van Beaufort?

a. 3 Bft
b. 5 Bft
c. 7 Bft
Toon antwoord

Correct antwoord

b. 5 Bft

Toelichting

10 1 Antwoord I: Nee 1 Antwoord II: Ja In het beeldschermexamen komen de knoppen ‘JA’ en ‘NEE’ in beeld. Indien slechts één deel goed wordt beantwoord wordt toch 1 punt verdiend.

10 Navigatie
2 punten

Hier volgt een vraag over een warmtefront en een vraag over een koufront. Vraag I: Ontstaan na het passeren van een warmtefront hevige buien? Antwoord met ‘JA’ of ‘NEE’. Vraag II: Dringt bij een koufront koude lucht zich onder warme lucht? Antwoord met ‘JA’ of ‘NEE’.

a. I: ja — II: ja
b. I: ja — II: nee
c. I: nee — II: ja
d. I: nee — II: nee
Toon antwoord

Correct antwoord

c. I: nee — II: ja

11 Navigatie
1 punt

U past een afstand af in een kaart met Mercatorprojectie. Waar meet u de gevonden afstand af?

a. Dat moet op de staande rand van de kaart en nooit op de liggende rand.
b. Dat moet op de liggende rand van de kaart en nooit op de staande rand.
c. Dat kan op de staande OF op de liggende rand van de kaart.
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Dat moet op de staande rand van de kaart en nooit op de liggende rand.

12 Navigatie
1 punt

In de hydrografische kaart uit de 1800-serie staat het hiernaast afgebeelde teken. Wat geeft dat teken aan?

Vraagafbeelding
a. Wrak, ongevaarlijk voor de scheepvaart.
b. Wrak, gevaarlijk voor de scheepvaart.
c. Wrak, dat boven water uitsteekt.
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Wrak, ongevaarlijk voor de scheepvaart.

13 Navigatie
1 punt

In de hydrografische kaart uit de 1800-serie staat het hiernaast afgebeelde getal. Wat geeft dat getal aan?

Vraagafbeelding
a. 4,1 meter diepte bij kaartniveau.
b. 4,1 meter droogvalling bij kaartniveau.
c. 4,1 meter hoogte boven NAP.
d. 4,1 Mijl afstand.
Toon antwoord

Correct antwoord

a. 4,1 meter diepte bij kaartniveau.

14 Navigatie
1 punt

Welk topteken heeft een cardinale boei die aangeeft dat het 'veilig vaarwater' aan de zuidzijde ligt? Zie het plaatje.

Vraagafbeelding
a. Topteken I.
b. Topteken II.
c. Topteken III.
d. Topteken IV.
Toon antwoord

Correct antwoord

b. Topteken II.

15 Navigatie
1 punt

Varend in het Betonningsstelsel IALA-A van de bron naar zee nadert u een boei die er als volgt uitziet: stomp, rood met een brede groene horizontale band in het midden en met een rode cilinder als topteken. Zie het plaatje. Kunt u met deze informatie bepalen hoe u moet varen om het hoofdvaarwater te volgen? Zo ja, hoe passeert u deze boei?

Vraagafbeelding
a. Ja, stuurboord uit en de boei aan bakboord houden.
b. Ja, bakboord uit en de boei aan stuurboord houden.
c. Nee, dat valt niet te bepalen zonder de kaart te raadplegen.
Toon antwoord

Correct antwoord

b. Ja, bakboord uit en de boei aan stuurboord houden.

16 Navigatie
2 punten

Het is doodtij. Wat zal in vergelijking tot springtij tijdens hoogwater de diepte in de vaargeul zijn?

a. Even veel als bij hoogwater springtij.
b. Meer dan bij hoogwater springtij.
c. Minder dan bij hoogwater springtij.
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Minder dan bij hoogwater springtij.

17 Navigatie
2 punten

Wanneer komt in Nederland doodtij voor?

a. Ongeveer twee etmalen ná de maanstanden eerste kwartier en laatste kwartier.
b. Ongeveer twee etmalen ná de maanstanden volle maan en nieuwe maan.
c. Ongeveer twee etmalen vóór de maanstanden eerste kwartier en laatste kwartier.
d. Ongeveer twee etmalen vóór de maanstanden volle maan en nieuwe maan.
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Ongeveer twee etmalen ná de maanstanden eerste kwartier en laatste kwartier.

18 Navigatie
2 punten

Ter hoogte van Vlissingen ligt een zandbank die bij laagwater droog valt. Volgens kaart 1803 (hydrografische kaart Westerschelde) is de droogvalling 2,4 meter bij LAT. Het is op 16 april 2016 in Vlissingen om 11:00 uur HW en om 17:00 LW. Het is op 14 april 2016 Eerste Kwartier. De getijgegevens uit kaart 1803 staan in het plaatje. Pas de 1/12 regel toe: Eén uur na HW is het water 1/12 deel van het verval gezakt. Twee uur na HW is het water nog eens 2/12 deel van het verval gezakt. Drie uur na HW is het water nog eens 3/12 deel van het verval gezakt. Vier uur na HW is het water nog eens 3/12 deel van het verval gezakt. Vijf uur na HW is het water nog eens 2/12 deel van het verval gezakt. Zes uur na HW is het water nog eens 1/12 deel van het verval gezakt. Op welk tijdstip op 16 april 2016 begint die zandplaat theoretisch droog te vallen?

Vraagafbeelding
a. om 12:00 uur.
b. om 13:00 uur.
c. om 14:00 uur.
d. om 15:00 uur.
Toon antwoord

Correct antwoord

c. om 14:00 uur.

19 Navigatie
1 punt

Staande op het voordek van een polyester jacht neemt u met een verrekijker met ingebouwd peilkompas een peiling van een punt op de wal. Is er deviatie en zo ja, hoe groot?

a. Ja, zoals gegeven in de stuurtafel van het stuurkompas.
b. Onbekend; er wordt van uit gegaan dat er geen deviatie is.
c. Ja, gelijk aan de miswijzing.
d. Ja, zoals aangegeven in de kaart.
Toon antwoord

Correct antwoord

b. Onbekend; er wordt van uit gegaan dat er geen deviatie is.

20 Navigatie
2 punten

Ware koers is 250°. Variatie 2° oost. Gebruik de hiernaast afgebeelde stuurtafel 01. Wat is de kompaskoers?

Vraagafbeelding
a. 245°.
b. 249°.
c. 251°.
d. 255°.
Toon antwoord

Correct antwoord

a. 245°.

Toelichting

Vanaf 2015 blijkt de variatie geleidelijk te veranderen van een westelijke in een oostelijke. Dat krijgt gevolgen voor de examenvragen.

21 Navigatie
2 punten

Vanaf de havenuitgang van Stavoren stuurt u kompaskoers 242°. Er staat een matige zuidenwind. De drift wordt geschat op 5°. De variatie is 4° west. Er staat geen stroom. Gebruik de hiernaast afgebeelde stuurtafel 01. Wat is de koers die in de kaart moet worden afgezet om de gegiste positie in de kaart te kunnen bijhouden?

Vraagafbeelding
a. 240°.
b. 246°.
c. 236°.
d. 230°.
Toon antwoord

Correct antwoord

b. 246°.

22 Navigatie
2 punten

Op stromend water wilt u een haven aanlopen. U dient daartoe een grondkoers te varen van 134°. De stroomrichting is noord en u wordt daardoor 20° weggezet. De variatie is 4° west. Gebruik de hiernaast afgebeelde stuurtafel 17. Welke kompaskoers moet u sturen om de haven aan te lopen?

Vraagafbeelding
a. 117°
b. 162°
c. 154°
d. 119°
Toon antwoord

Correct antwoord

b. 162°

23 Navigatie
1 punt

Wat betekent op uw GPS de afkorting 'ETA' ?

a. Berekende snelheid door het water.
b. Af te leggen afstand tot volgende waypoint.
c. Geschatte tijd van aankomst.
d. Afstand tot positie drenkeling.
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Geschatte tijd van aankomst.

Toelichting

24 invulantwoord 4 ** 52 graden en 33,3 minuten N / 5 graden en 6,3 minuten E (marge: 33,1 – 33,5 / 06,0 - 06,6) 25 invulantwoord 2 ** 4,7 kilometer (marge 4,5 – 4,9) 26 invulantwoord 4 ** 56° (marge: 54° - 58°) 27 invulantwoord 2 ** 7 decimeter (geen marge). Dit is op de ondiepte ‘Bosch’. ** Als u het antwoord op het beeldscherm niet goed invult krijgt u geen punten voor de vraag. Het computerprogramma berekent of het ingevulde antwoord binnen de vastgestelde marges blijft. Hieronder is afgebeeld hoe het invulscherm in een beeldschermexamen eruit ziet. Antwoord 24: Posities moeten worden ingevuld in hele graden, minuten en tienden van minuten nauwkeurig. Bij de hele graden passen slechts twee cijfers in het invulvakje. Als u b.v. bij E ‘05’ invult verdwijnt de 0 uit zichzelf. Pas bij het invullen op dat u de hele minuten vóór de komma plaatst en de tienden van minuten ná de komma. Antwoord 25: Pas bij het invullen op dat u de hele kilometers vóór de komma plaatst en de tienden van kilometers ná de komma. In examenvragen kan in plaats van kilometers de afstand in mijlen worden gevraagd. Dat staat dan behalve in de vraag ook in het antwoord- invulvakje aangegeven. Ook dan: hele mijlen vóór de komma en tienden ná de komma. Antwoord 26: Als u 056 invult, verdwijnt de 0 uit zichzelf. Als de gevonden koers of richting wél drie cijfers bevat (b.v.123) dan blijft dat getal wel staan. Antwoord 27: De getijgegevens in de kaart staan vermeld in meters en tienden daarvan. Het invulantwoord kan alleen maar in hele decimeters worden ingevuld. Dit invulvakje accepteert geen komma.

24 Navigatie
2 punten

Gebruik het kaartfragment van het Markermeer. Gebruik de deviatietabel 18 (hiernaast afgebeeld). De variatie staat in de kaart. U vaart ergens op het Markermeer in de richting Schardam. Op uw kompas leest u een kompaskoers af van 316°. U peilt achtereenvolgens de (zuidelijke) Kerktoren van Edam (52°30’,8 N / 05°02’,9 E) op 224° en de kerktoren van Schellinkhout (52°38’,1 N / 05°07’,4 E) op 012°. Op welke positie bevindt U zich op het moment van de peiling?

Vraagafbeelding

Open vraag (numeriek antwoord)

Toon antwoord

Correct antwoord

33,30 ± 0,20 minuten N

25 Navigatie
2 punten

Gebruik het kaartfragment van het Markermeer. U ligt met uw motorboot in de Vluchthaven bij gemaal ‘De Blocq van Kuffeler’ en u wilt naar Hoorn. U vaart om precies 10.00 uur in de haveningang. Het is windstil. U leest op uw GPS af: POS 52°25’.500 N 005°13’.800 E / COG 335° / SOG 14,0 km/h (N.B. uw GPS staat niet ingesteld op Mijlen per uur maar op Kilometers per uur!). U vaart in een rechte lijn. De COG blijft 335°. De GPS geeft al die tijd geen XTE aan. Hoe groot is de afstand tot het licht (Iso 4s) van Hoorn na anderhalf uur varen?

Open vraag (numeriek antwoord)

Toon antwoord

Correct antwoord

4,70 ± 0,20 km

26 Navigatie
2 punten

Gebruik het kaartfragment van de Waddenzee. U vaart vanuit zee over de rede van Den Helder richting Texelstroom. Als u 0,5 mijl west van de boei S 11 (52°57',6 N / 04°43',2 E) bent, zet u de koers uit naar de cardinale boei T 11/GVS 2 (52°59',9 N / 04°49',1 E). De stroomrichting is 075° en de stroomsnelheid is 1,5 mijl per uur. Uw snelheid door het water is 6 mijl per uur. Wat is de ware koers?

Open vraag (numeriek antwoord)

Toon antwoord

Correct antwoord

56,00 ± 2,00 graden

27 Navigatie
2 punten

Gebruik het kaartfragment van de Waddenzee. U vaart in de Texelstroom bij de groene lichtboei T23 (rechterbovenhoek van de kaart) en wilt naar het Visjagersgaatje (rechter benedenhoek in de kaart). Trek vanaf de T23 een lijn in een WK van 180. Lees langs deze lijn het ondiepste punt af. Gebruik de getijgegevens die in deze vraag zijn afgebeeld. Het is twee dagen na Nieuwe Maan. Hoeveel water staat er met laagwater op het ondiepste punt op de lijn die u heeft getrokken? Geef uw antwoord in decimeters.

Vraagafbeelding

Open vraag (numeriek antwoord)

Toon antwoord

Correct antwoord

7,00 ± 0,00 dm

Bronvermelding

Bron: Voorbeeldexamen Klein Vaarbewijs 2, mei 2016, uitgegeven door VAMEX.

Bekijk het originele document (PDF)

Schip Ahoy is niet verbonden aan VAMEX.