Schip I ligt ten anker. Schip II ligt gemeerd. Schip III is vast gevaren. Welk van de schepen is volgens het SRW ’varend’?
Toon antwoord
Correct antwoord
b. Geen van genoemde schepen.
Toelichting
Artikel 2 SRW
Voorbeeldexamen voor het Klein Vaarbewijs 2, gepubliceerd door VAMEX in mei 2014. Bevat 24 vragen met antwoorden en toelichtingen.
Schip I ligt ten anker. Schip II ligt gemeerd. Schip III is vast gevaren. Welk van de schepen is volgens het SRW ’varend’?
Correct antwoord
b. Geen van genoemde schepen.
Artikel 2 SRW
In een deel van het Redegebied van Vlissingen is een zogenoemd ‘voorzorgsgebied’. Wat is in dit gebied volgens het SRW verboden?
Correct antwoord
a. Ankeren.
Artikel 47 SRW
Klein zeilschip X zeilt over bakboordboeg in een betonde vaargeul en vaart daarbij in gestrekte koers dicht langs de betonning aan zijn stuurboordkant. Als tegenligger nadert een groot zeilschip Y, zeilend over stuurboordboeg. Y vaart in diezelfde betonde vaargeul in gestrekte koers dicht langs de betonning aan zijn bakboordkant. Er is gevaar voor aanvaring. Zie het plaatje. Hoe is de voorrang in het SRW geregeld?
Correct antwoord
c. X moet uitwijken voor Y, want 'klein wijkt voor groot'.
Artikel 18g SRW
Aan welke lichten is op de Westerschelde een 'bovenmaats zeeschip' 's nachts te herkennen?
Correct antwoord
c. Drie rode lichten boven elkaar, rondom schijnend.
Artikel 28 SRW
Voor welke schepen is op de Westerschelde het driekleurenlicht (boordlichten en heklicht gecombineerd in één lantaarn in de top van de mast) toegestaan?
Correct antwoord
a. Alleen voor kleine zeilschepen.
Artikel 41 SRW
Varende in het SRE-gebied ziet u het hiernaast afgebeelde teken. Wat betekent dit teken?
Correct antwoord
c. Stoppen in verband met een stremming van het vaarwater of van een gedeelte daarvan.
SRE Bijlage
Motorschip X vaart in een vaarwater. Van bakboord wil zeilschip Y het vaarwater kruisen en van stuurboord komt motorschip Z dat zojuist zijn ankerplaats heeft verlaten. Er dreigt gevaar voor aanvaring. Zie het plaatje. Welke bewering is juist volgens het SRE?
Correct antwoord
c. Schip Y en Z moeten uitwijken voor schip X. NAVIGATIE
Artikel 18 SRE
U vaart op het Markermeer tussen Marken en Enkhuizen. Om u heen vormen zich witte schuimkoppen. Wat is de windkracht volgens de schaal van Beaufort?
Correct antwoord
b. 5 Bft
Er volgen twee beweringen over fronten. U dient die beweringen los van elkaar te lezen. Let op: elke bewering kan juist zijn of onjuist zijn. Bewering I: Als een warmtefront passeert, ontstaan hevige regenbuien. Bewering II: Bij een koufront dringt de koude lucht zich onder de warme lucht. Welke bewering is juist of onjuist?
Correct antwoord
d. Bewering I is onjuist en II is juist.
Dit is een zogenaamde beweringsvraag. Lees eerst de eerste bewering (I) en vraag u af of het wel waar is wat daar staat. Bewering I is niet waar (dus ‘onjuist’). Tip: schrijf op uw kladpapier: "I is onjuist". Dus vallen antwoorden a en b af want in die antwoorden staat dat bewering I juist zou zijn. Het goede antwoord is dus òf c òf d. Lees nu bewering II en vraag u weer af of het waar is wat daar staat. Bewering II is wel waar (dus ‘juist’). Tip: schrijf op uw kladpapier: "II is juist". U leest nu op uw kladpapier: "I is onjuist. II is juist". Dus het juiste antwoord is d.
U past een afstand af in een kaart met Mercatorprojectie. Waar meet u de gevonden afstand af?
Correct antwoord
a. Dat moet op de staande rand van de kaart en nooit op de liggende rand.
In de hydrografische kaart uit de 1800-serie staat het hiernaast afgebeelde teken. Wat geeft dat teken aan?
Correct antwoord
a. Wrak, ongevaarlijk voor de scheepvaart.
In de hydrografische kaart uit de 1800-serie staat het hiernaast afgebeelde getal. Wat geeft dat getal aan?
Correct antwoord
a. 4,1 meter diepte bij kaartniveau.
Welk topteken heeft een cardinale boei die aangeeft dat het 'veilig vaarwater' aan de zuidzijde ligt? Zie het plaatje.
Correct antwoord
b. Topteken II.
Tegen de betonningsrichting in varend in het Betonningsstelsel IALA-A nadert u een boei die er als volgt uitziet: stomp, rood met een brede groene horizontale band in het midden en met een rode cilinder als topteken. Zie het plaatje. Kunt u met deze informatie bepalen hoe u moet varen om het hoofdvaarwater te volgen? Zo ja, hoe passeert u deze boei?
Correct antwoord
b. Ja, bakboord uit en de boei aan stuurboord houden.
Het is doodtij. Wat zal in vergelijking tot springtij tijdens hoogwater de diepte in de vaargeul zijn?
Correct antwoord
c. Minder dan bij hoogwater springtij.
Wanneer komt in Nederland doodtij voor?
Correct antwoord
a. Ongeveer twee etmalen ná de maanstanden eerste kwartier en laatste kwartier.
U verlaat op 14 augustus de haven van West-Terschelling in zuidelijke richting. Op 12 augustus stond de maan in het EK. U wilt over de ‘Grote Plaat’ naar de ‘Slenk’ varen. U leest in de kaart dat op de plaats waar u de ‘Grote Plaat’ moet passeren het dieptecijfer 07 staat. De diepgang van uw schip bedraagt 1 m. De getijgegevens, vermeld in de officiële zeekaart, zijn: Hoogten boven reductievlak gem. HW gem. LW springtij doodtijd springtij doodtij 2,3 m 2,0 m 0,3 m 0,6 m Hoeveel water onder de kiel mag u op het moment van hoogwater verwachten op de hierboven aangegeven plaats?
Correct antwoord
b. 0,3 m.
Staande op het voordek van een polyester jacht neemt u met een verrekijker met ingebouwd peilkompas een peiling van een punt op de wal. Is er deviatie en zo ja, hoe groot?
Correct antwoord
b. Onbekend; er wordt van uit gegaan dat er geen deviatie is.
Kompaskoers is 045°. Variatie 2° west. Gebruik de hiernaast afgebeelde stuurtafel 01. Wat is de ware koers?
Correct antwoord
a. 040°.
Op stromend water wilt u een haven aanlopen. U dient daartoe een grondkoers te varen van 134°. Er staat een krachtige dwarsstroom in de richting van 012°. U wordt daardoor 20° weggezet. De variatie is 4° west. Gebruik de hiernaast afgebeelde stuurtafel 17. Welke kompaskoers moet u sturen om de haven aan te lopen?
Correct antwoord
b. 162°
23 invulantwoord 23.1: 52 graden en 29,9 minuten N / 5 graden en 6,2 minuten E (= boei MN1- GZ2) (marge: 29,7 - 30,1 / 05,9 - 06,5) 23.2: - 4° (4° west) (geen marge) 24 invulantwoord 24.1: 52 graden en 59,4 minuten N / 4 graden en 47,7 minuten E (marge: 59,3 - 59'.5/47'.5 - 47,9) 24.2: 061° (marge: 059° - 063°)
Gebruik het kaartfragment van het Markermeer. U heeft een stalen motorboot voorzien van GPS. U schaft een tweedehands magnetisch stuurkompas aan en installeert dat aan boord. Bij het kompas werd een stuurtafel geleverd die werd gebruikt toen het op een vorige boot stond geïnstalleerd (hieronder afgebeeld). U vaart ergens op het Markermeer onderweg naar Volendam. Het is windstil. U leest op uw GPS af: POS 52°26'.200 N 005°12'.200 E / COG 316° / SOG 2,6 kn / DST 5,2 M. De GPS geeft geen XTE aan. U bent onderweg naar een tevoren ingevoerd waypoint.
Open vraag (numeriek antwoord)
Correct antwoord
29,90 ± 0,20 minuten N
Gebruik het kaartfragment van de Waddenzee. Gebruik de in deze vraag opgenomen stuurtafel 01. De variatie staat in de kaart. U vaart vanuit zee over de rede van Den Helder richting Texelstroom. Wanneer u om 11.45 uur 0,5 mijl west van de boei S 11 (52°57'.6 N/004°43'.2 E) bent, zet u de koers uit naar de cardinale boei T 11/GVS 2 (52°59'.9 N/004°49'.1 E). De stroomrichting is 075° en de stroomsnelheid is 1,5 mijl per uur. Uw snelheid door het water is 6 mijl per uur.
Open vraag (numeriek antwoord)
Correct antwoord
59,40 ± 0,20 minuten N
Wat betekent op uw GPS de afkorting 'ETA' ?
Correct antwoord
c. Vermoedelijke tijd van aankomst.
Bron: Voorbeeldexamen Klein Vaarbewijs 2, mei 2014, uitgegeven door VAMEX.
Bekijk het originele document (PDF)
Schip Ahoy is niet verbonden aan VAMEX.