SRW artikel 3 Wie moet(en) de bevelen van de kapitein of schipper ter naleving van het SRW opvolgen? 1
Toon antwoord
Correct antwoord
c. Uitsluitend de gehele bemanning
Proefexamen voor het Vaarbewijs Aanvullend (voorganger van het Klein Vaarbewijs 2), gepubliceerd door VAMEX in juli 2009. Bevat 27 vragen met antwoorden.
SRW artikel 3 Wie moet(en) de bevelen van de kapitein of schipper ter naleving van het SRW opvolgen? 1
Correct antwoord
c. Uitsluitend de gehele bemanning
SRW artikel 9 en 15 Klein motorschip X vaart in een betonde vaargeul dicht langs de stuurboordbetonning. Van stuurboord, van het vaarwater naast de geul, nadert klein motorschip Y dat de geul haaks wil binnen varen. Hoe is de voorrang geregeld? 1
Correct antwoord
b. Y moet uitwijken voor X
SRW artikel 12 Klein schip X zeilt over bakboordboeg in een betonde vaargeul en vaart daarbij in gestrekte koers dicht langs de betonning aan haar stuurboordkant. Als tegenligger nadert een groot zeilschip Y, zeilend over stuurboordboeg, in diezelfde betonde vaargeul in gestrekte koers dicht langs de betonning aan haar bakboordkant. Er is gevaar voor aanvaring. Hoe is de voorrang geregeld? 1
Correct antwoord
b. X moet uitwijken voor Y, want "klein wijkt voor groot"
In dit artikel staan een aantal factoren vermeld waarmee bij het bepalen van een veilige vaart rekening moet worden gehouden. Voor het kunnen verkrijgen van inlichtingen van walstations en van andere schepen geldt in dit kader voor schepen uitgerust met een marifoon? 1
Correct antwoord
c. De verplichting hiervan gebruik te maken
Voor welke schepen is op de Westerschelde het driekleurenlicht (boordlichten en heklicht verenigd in één lantaarn) toegestaan? 1
Correct antwoord
b. kleine zeilschepen
BVA voorschrift 23 Motorschip X met een lengte van 12 m kruist op de Eems de koers van motorschip Y met een lengte van 24 m. Y komt voor X van stuurboord. Geen van beide schepen volgt de zijde van het vaarwater. Er ontstaat gevaar voor aanvaring. Hoe is de voorrang geregeld? 1
Correct antwoord
a. X moet uitwijken voor Y want Y komt van stuurboord
Een schip X vaart in een vaarwater. Van stuurboord wil een zeilschip Y het vaarwater kruisen en van bakboord komt een schip Z dat zojuist zijn ankerplaats heeft verlaten. Er dreigt gevaar voor aanvaring. Welke bewering is juist? 1
Correct antwoord
c. Schip X hoeft voor beide schepen niet uit te wijken
U vaart op het Markermeer tussen Marken en Enkhuizen en er beginnen zich rondom u overal witte schuimkoppen te vormen. Wat schat u dan dat de windkracht volgens de schaal van Beaufort is? 1
Correct antwoord
c. 5 Bf
Bij een koufront 1
Correct antwoord
c. dringt de zwaardere koude lucht zich onder de warme lucht
Wat verstaan we in de navigatie onder het begrip 'verheid'? 1
Correct antwoord
a. De afstand tussen twee posities in zeemijlen
Welke soort boei kan in het Maritiem Betonningsstelsel systeem A bij een splitsing van vaarwateren van gelijke belang worden neergelegd? 1
Correct antwoord
a. Een cardinale
Wanneer komt in Nederland doodtij voor? 1
Correct antwoord
b. Ongeveer twee etmalen ná de maanstanden eerste kwartier en laatste kwartier
Het is doodtij. Wat zal tijdens hoogwaterde diepte in de vaargeul zijn? 1
Correct antwoord
b. minder zijn dan bij hoogwater springtij
U verlaat op 14 augustus de haven van West-Terschelling in zuidelijke richting. Op 12 augustus stond de maan in het EK. U wenst over de "Grote Plaat" naar de "Slenk" te varen. U leest in de kaart als dieptecijfer _07 (droogvalling) waar u moet passeren. De diepgang van uw schip bedraagt 1 m. De getijgegevens, vermeld in de officiële zeekaart, zijn: Hoogten boven reductievlak gem. HW gem. LW springtij doodtijd springtij doodtij 2,3 m 2,0 m 0,3 m 0,6 m Hoeveel water onder de kiel mag u, op het moment van hoogwater, verwachten op de hierboven aangegeven plaats? 1
Correct antwoord
b. 0,3 m
Hoe wordt de hoek tussen de richting van het ware noorden en het magnetische noorden genoemd? 1
Correct antwoord
d. Variatie
Kompaskoers is 045°. Variatie 3° west, deviatie -5°. Wat is de ware koers? 1
Correct antwoord
c. 037°
Varend op het Ijsselmeer peilt u op het stuurkompas de kerktoren van de grote kerk van Volendam in de richting 240°. De voorliggende kompaskoers is 180°. De variatie is 2° west. Wat is de ware peiling? 1
Correct antwoord
d. 240°
Op stromend water wilt u een haven aanlopen. U dient daartoe een grondkoers te varen van 134°. Er staat een krachtige dwarsstroom in de richting van 012°. U wordt daardoor 20° weggezet. De variatie is 4° west. Welke kompaskoers moet u sturen om de haven aan te lopen? 1
Correct antwoord
b. 157°
Wat betekent XTE (Cross Track Error) ? 1
Correct antwoord
d. De afstand van de waarnemer tot de berekende koerslijn
U verlaat de haven van Den Helder om naar Oudeschild te varen. Om 14.30 passeert u de boei MH4/M1 en zet langs de kortste weg koers naar de lichtboei T12 voor de haven van Oudeschild. De stroom op dit tijdstip is 0,8 mijl per uur in de richting 045°. Uw vaart door het water is 3 mijlen per uur. U hebt geen drift. Wat is uw snelheid over de grond in mijlen per uur?
Open vraag (numeriek antwoord)
Correct antwoord
3,70 ± 0,10 knopen
De bemanning van de zeilschepen A en B hebben afgesproken elkaar te zullen treffen om 11.00 uur zomertijd bij midvaarwaterboei E-A 1 (ca. 52° 36' N / 005° 14' E). Schip A vertrekt vanuit de Vluchthaven van Schardam en bevindt zich tussen de havenhoofden. Schip B vertrekt vanuit Edam. Er staat een zwakke ZZO-lijke wind waarbij schip A een snelheid haalt van 5,1 knopen en heeft een drift van 5°. Welke kompaskoers zal schip A moeten sturen als het van de uitgang bij Schardam rechtstreeks naar midvaarwaterboei E-A 1 wil varen?
Open vraag (numeriek antwoord)
Correct antwoord
96,00 ± 1,00 graden
De bemanning van de zeilschepen A en B hebben afgesproken elkaar te zullen treffen om 11.00 uur zomertijd bij midvaarwaterboei E-A 1 (ca. 52° 36' N / 005° 14' E). Schip A vertrekt vanuit de Vluchthaven van Schardam en bevindt zich tussen de havenhoofden. Schip B vertrekt vanuit Edam. Er staat een zwakke ZZO-lijke wind waarbij schip A een snelheid haalt van 5,1 knopen en heeft een drift van 5°. Hoe laat moet schip A vertrekken om met de snelheid van 5,1 knopen om op de afgesproken tijd bij de midvaarwaterboei E-A 1 aan te komen?
Open vraag (numeriek antwoord)
Correct antwoord
570,00 ± 2,00 minuten
Bron: Proefexamen Vaarbewijs Aanvullend, juli 2009, uitgegeven door VAMEX.
Bekijk het originele document (PDF)
Schip Ahoy is niet verbonden aan VAMEX.