Laden...

Proefexamen Vaarbewijs Aanvullend, 2006

VAMEX 2006 23 vragen Klein Vaarbewijs 2

Proefexamen voor het Vaarbewijs Aanvullend (voorganger van het Klein Vaarbewijs 2), gepubliceerd door VAMEX in 2006.

1
2 punten

Als u zich in een druk scheepvaartgebied nabij een haven bevindt en u heeft marifoon aan boord, 1 dan :

a. bent u verplicht om uit te luisteren
b. wordt het aanbevolen om tijdens beperkt zicht uit te luisteren
c. wordt het aanbevolen om uit te luisteren
Toon antwoord

Correct antwoord

a. bent u verplicht om uit te luisteren

2
2 punten

De maatregelen ter vermijding van aanvaring 1 moeten als volgt geschieden:

a. alleen de koers moet worden gewijzigd; de vaart mag niet gewijzigd worden om verwarring op het andere schip te voorkomen
b. men voert bij voorkeur een opeenvolging van kleine veranderingen van koers en/of vaart uit
c. men voert tijdig een verandering van koers en/of vaart uit die groot genoeg is om gemakkelijk waarneembaar te zijn op het andere schip
Toon antwoord

Correct antwoord

c. men voert tijdig een verandering van koers en/of vaart uit die groot genoeg is om gemakkelijk waarneembaar te zijn op het andere schip

3
2 punten

De twee 'facultatieve' rode en groene rondom schijnende lichten, loodrecht boven elkaar, aan of nabij de top van de mast 1 mogen worden gevoerd:

a. alleen door zeilschepen korter dan 20 meter, echter niet in combinatie met het driekleurenlicht (boordlichten en heklicht gecombineerd in één lantaarn)
b. door alle zeilschepen, echter door zeilschepen korter dan 20 meter niet in combinatie met het driekleurenlicht
c. alleen door zeilschepen van 20 meter of langer
Toon antwoord

Correct antwoord

b. door alle zeilschepen, echter door zeilschepen korter dan 20 meter niet in combinatie met het driekleurenlicht

4
2 punten

Een schip met een lengte van minder dan 12 meter moet de motor voor onmiddellijk gebruik gereed hebben en een snelheid van tenminste 6 km/uur door het water kunnen handhaven. 1 Dit voorschrift geldt:

a. in alle hoofd- en nevenvaargeulen
b. alleen in de hoofdvaargeulen
c. alleen in het redegebied van Vlissingen
Toon antwoord

Correct antwoord

b. alleen in de hoofdvaargeulen

5
2 punten

Dit artikel behandelt de uitwijkregels tussen de diverse categorieën schepen onderling. 1 Volgens dit artikel moet een klein schip dat varende is:

a. uitwijken voor andere dan kleine schepen, behalve voor vissersschepen
b. uitwijken voor andere dan kleine schepen
c. uitwijken voor andere dan kleine schepen, behalve voor sleepboten
Toon antwoord

Correct antwoord

b. uitwijken voor andere dan kleine schepen

7
2 punten

Een schip wordt in gevaar gebracht door een ander schip. 1 Welk geluidssein zal dat schip geven?

a. Een reeks zeer korte stoten
b. Een reeks lange stoten
c. Twee maal na elkaar één lange stoot en vier korte stoten
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Twee maal na elkaar één lange stoot en vier korte stoten

8
2 punten

Welk weer kan men verwachten bij de passage van een trog? 1 Dit is:

a. windstilte
b. buien, met veel wind met windstoten
c. variabele wind met mist of motregen
Toon antwoord

Correct antwoord

b. buien, met veel wind met windstoten

9
2 punten

Een luchtsoort krijgt zijn speciale eigenschappen 1 door:

a. verticale luchtbewegingen
b. de hoeveelheid bewolking
c. langdurig verblijf in een bepaald brongebied
Toon antwoord

Correct antwoord

c. langdurig verblijf in een bepaald brongebied

11
2 punten

Een meridiaan in de kaart verbindt punten 1 van gelijke:

a. breedte
b. diepte
c. lengte
Toon antwoord

Correct antwoord

c. lengte

12
2 punten

Stroomatlassen verstrekken informaties over richting en snelheid van getijdestromen. 1 Zij doen dit voor de volgende tijdstippen:

a. elk uur, d.w.z. van 6 uur, 5 uur, 4 uur enz. vóór hoogwater, op het tijdstip van hoogwater en 1 uur,2 uur,3 uur enz ná hoogwater
b. alleen bij hoogwater en bij laag water
c. om de zes uren, d.w.z. om 6 uur vóór hoogwater, op het tijdstip van hoogwater en 6 uur ná hoogwater
Toon antwoord

Correct antwoord

a. elk uur, d.w.z. van 6 uur, 5 uur, 4 uur enz. vóór hoogwater, op het tijdstip van hoogwater en 1 uur,2 uur,3 uur enz ná hoogwater

13
2 punten

Bij een splitsing van vaarwateren van gelijke betekenis heeft een scheidingsboei in het Maritiem Betonningsstelsel systeem A 1 de volgende kleuren:

a. geel en zwart
b. rood en groen
c. rood en wit
Toon antwoord

Correct antwoord

a. geel en zwart

14
2 punten

In het Maritiem Betonningsstelsel systeem A heeft een lichtboei ten zuiden van een te markeren gevaar 1 het volgende lichtkarakter:

a. Q(3) 10s of VQ(3)5s
b. Q(6) + LFI 15s of VQ(6) + LFI 10s
c. Q of VQ
Toon antwoord

Correct antwoord

b. Q(6) + LFI 15s of VQ(6) + LFI 10s

15
2 punten

De snelheid van een schip is 6 mijl/uur. Het schip vaart recht tegen de stroom in; de stroomsnelheid is 2 mijl/uur. 1 Wat is de afgelegde weg over de grond na 1 uur varen?

a. 8 mijl
b. 6 mijl
c. 4 mijl
Toon antwoord

Correct antwoord

c. 4 mijl

16
2 punten

De rijzing. 1 Welke rijzing is het grootst?

a. die bij hoogwater doodtij
b. die bij hoogwater springtij
c. die bij hoogwater 1 week na springtij
Toon antwoord

Correct antwoord

b. die bij hoogwater springtij

17
2 punten

In de Getijtafels voor Nederland (uitg. RWS) zijn voor een bepaalde plaats op zaterdag 10 december de volgende gegevens vermeld: datum: hoogwater: laagwater: tijd NAP tijd NAP MET + cm MET - cm 10 za. 01.43 160 07.32 144 13.54 160 19.47 152 1 Tussen welke tijden heeft die dag het grootste verval plaats?

a. 01.43 - 07.32
b. 07.32 - 13.54
c. 13.54 - 19.47
Toon antwoord

Correct antwoord

c. 13.54 - 19.47

18
2 punten

D.m.v. een handpeilkompas peilt u een baken op de wal. U heeft zich zodanig opgesteld dat het scheepsmagnetisme geen invloed heeft. 1 De deviatie bij deze peiling is:

a. op te zoeken in de deviatietafel van het handpeilkompas
b. gelijk aan nul
c. afhankelijk van de voorliggende kompaskoers, op te zoeken in de stuurtafel
Toon antwoord

Correct antwoord

b. gelijk aan nul

19
2 punten

Kompaskoers is 045°. Variatie 3° west, deviatie -5°. 1 Wat is de ware koers?

a. 053°
b. 037°
c. 043°
Toon antwoord

Correct antwoord

b. 037°

20
2 punten

U stuurt een kompaskoers van 040°. Variatie 3° oost. De wind is noordwest, drift 10°. 1 Wat is uw BWK?

a. 044°
b. 050°
c. 036°
Toon antwoord

Correct antwoord

b. 050°

21
2 punten

U wilt van Urk naar de Houtribsluizen varen. De grondkoers is 219°. Er staat een matige noordwesten wind. U schat de drift op 8°. De variatie is 4° west. Er staat geen stroom. 1 Wat is de te sturen kompaskoers?

a. 210°
b. 227°
c. 212°
Toon antwoord

Correct antwoord

b. 227°

22
2 punten

Op het Markermeer vaart u door de lichtenlijn van het Krabbersgat. U wenst de deviatie van het stuurkompas te controleren. Derhalve peilt u met behulp van het stuurkompas de lichten ineen op 043°. Uit de kaart leest u af dat de lichten ineen zijn op 037°. De variatie is 4° west. De voorliggende koers is 148°. 1 Wat is de deviatie bij deze kompaskoers?

a. +10°
b. -10°
c. -2°
Toon antwoord

Correct antwoord

c. -2°

23
2 punten

Het Global Positioning System (GPS) geeft de positie van de waarnemer op aarde. 1 Dit geschiedt door het berekenen van:

a. de afstanden tussen de satellieten boven de horizon en de waarnemer
b. het verschil in tijd tussen de ontvangst van de onderlinge satellietsignalen
c. de positie van de satelliet in zijn baan rond de aarde
Toon antwoord

Correct antwoord

a. de afstanden tussen de satellieten boven de horizon en de waarnemer

24
2 punten

U bevindt zich in positie 52°- 58',3N / 004°- 43',5E. U stuurt met een vaart van 3,5 zeemijl per uur een kompaskoers van 090°. In het komende uur staat er een stroom van 065° / 1 kn. 1 Bepaal de breedte en lengte van uw gegiste positie na één uur varen in tienden van minuten nauwkeurig (3) 2 Wat is gedurende dat uur uw grondkoers geweest? (2)

Open vraag (numeriek antwoord)

Toon antwoord

Correct antwoord

81,00 ± 0,00 graden

25
2 punten

Om 13.00 uur passeert u met uw zeiljacht de havenhoofden van Den Helder. U vaart exact in de lichtenlijn 191°. Ter hoogte van de lichtopstand MH6 zet u koers naar boei T12 voor de haven van Oudeschild. De wind is NW kracht 4 beaufort. U schat uw drift op 6°. Uw vaart door het water is 5 kn. (zeemijl per uur). Er staat een stroom van 260° / 1,2 kn. 1 Welke kompaskoers moet u sturen? (2) 2 Wat is uw snelheid over de grond?

Open vraag (numeriek antwoord)

Toon antwoord

Correct antwoord

40,00 ± 0,00 graden

Bronvermelding

Bron: Proefexamen Vaarbewijs Aanvullend, 2006, uitgegeven door VAMEX.

Bekijk het originele document (PDF)

Schip Ahoy is niet verbonden aan VAMEX.