Het BPR . 1 Dit is niet van kracht op de:
Toon antwoord
Correct antwoord
c. Westerschelde
Proefexamen voor het Vaarbewijs 1 (voorganger van het Klein Vaarbewijs 1), gepubliceerd door VAMEX in 2006. Bevat 30 vragen met antwoorden.
Het BPR . 1 Dit is niet van kracht op de:
Correct antwoord
c. Westerschelde
Een schip wordt als "varend" beschouwd 1 indien het:
Correct antwoord
c. zonder voortstuwing voort drijft
Een varend passagiersschip met een lengte van minder dan 20 meter moet overdag 1 het volgende teken voeren:
Correct antwoord
a. een gele ruit
Een motorschip voert drie loodrecht boven elkaar geplaatste toplichten. 1 Dit betekent:
Correct antwoord
a. twee of meer motorschepen een ander motorschip assisteren
Bij een brug of een aan beide zijden openstaande sluis waar geen stroom loopt en waar twee groene lichte boven elkaar worden getoond 1 moet(en):
Correct antwoord
a. alle andere kleine schepen de weg vrijlaten voor kleine zeilschepen die het bezeild hebben
. Klein motorschip X vaart aan stuurboordzijde in een betonde XXXX vaargeul; klein zeilschip Y wil de vaargeul oversteken. YYYY 1 Dan geldt de volgende regel:
Correct antwoord
b. Y moet voorrang verlenen aan X omdat X aan stuurboordzijde van het lateraal gemarkeerde vaarwater vaart
(bijlage 6) Een schip wil keren over stuurboord. 1 Dit moet zonodig kenbaar gemaakt worden door door het geven van:
Correct antwoord
b. ____ __ : één lange stoot, gevolgd door één korte stoot
Moet men in het Nederlandse RPR-gebied aan boord van een snelle motorboot een registratiebewijs hebben? 1
Correct antwoord
a. Ja, hetzelfde registratiebewijs als bedoeld in artikel 8.01 BPR
Binnenschepenwet (BSW) 1 Wat is het doel van de Binnenschepenwet?
Correct antwoord
c. Het bevorderen van de veiligheid van de vaart van schepen op de binnenwateren en van de veiligheid aan boord van die schepen
(Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen) 1 Een klein schip is in het SRKGT gedefinieerd als:
Correct antwoord
a. een schip met een lengte van minder dan 20 meter, behalve een sleepboot, een duwboot of een veerpont
Het smeeroliepeil moet gecontroleerd worden. 1 Te laag oliepeil geeft:
Correct antwoord
b. onvoldoende smering en te weinig motorkoeling
Met "mengsmering 1 : 50" bij een (buitenboord)motor 1 bedoelt men:
Correct antwoord
c. dat er benzine gebruikt moet worden, waarbij 1 deel twee-takt motorolie toegevoegd moet worden aan 50 delen benzine, b.v. 1 liter olie op 50 liter benzine
Wat zijn A-branden? 1 Dit zijn:
Correct antwoord
a. kernbranden in vaste stoffen zoals hout
Op welke plaats in het schip zal zich bij lekkage propaan of butaangas verzamelen? 1 Dit verzamelt zich:
Correct antwoord
c. vooral in het laagste gedeelte van het schip
Het minimale aantal reddingsvesten aan boord van een zeiljacht moet bij voorkeur zijn, 1 één:
Correct antwoord
c. voor iedere opvarende
Stroomafwaarts varend in het Signi-betonningssysteem nadert u een ton die er als volgt uitziet: bolvormig, rood boven groen met een rode cilinder als topteken. 1 Om het hoofdvaarwater te volgen houdt u deze ton:
Correct antwoord
c. aan stuurboord
Bij een licht in de kaart staat vermeld: Iso 8s. 1 Dit betekent dat het licht:
Correct antwoord
c. 4 seconden aan en 4 seconden uit is
Bij een vaste brug in de waterkaart staat: H 30. De doorvaarthoogte geldt ten opzichte van kanaalpeil (KP), waarvan gegeven is: KP = NAP - 5dm. Op de peilschaal bij de brug leest u af: waterniveau is NAP + 1 dm. De maximumhoogte van uw schip boven water bedraagt 22 dm. 1 Hoeveel dm speling heeft u dan onder de brug bij onderdoorvaart?
Correct antwoord
b. 2 dm
In het weerbericht heeft men het over een krimpende wind. 1 Hiermee wordt bedoeld dat:
Correct antwoord
a. de windrichting verandert tegen de wijzers van de klok in
De wind is zuidoost. 1 De wind waait dan:
Correct antwoord
b. van het zuidoosten naar het noordwesten
Vooruit vaartlopend bij roer naar stuurboord, zullen de krachten die op het roerblad werken, het achterschip naar:
Correct antwoord
c. bakboord drukken
Een vaarwater is zó smal, dat u met uw schip niet in één keer kan keren (er staat geen stroom en wind). Uw schip heeft een rechtse schroef. 1 Het schip gaat het gemakkelijkst rond over:
Correct antwoord
c. stuurboord
Uw schip ligt met stuurboordzijde aan de kade. De wind staat evenwijdig aan de kade en komt van achter in. Er staat geen stroom. 1 Bij het afvaren gaat u het beste als volgt te werk:
Correct antwoord
a. u laat de voorspring staan, slaat vooruit met stuurboordroer, waardoor het achterschip van de kade wegdraait en vaart dan achteruit af
U komt met een klein motorschip aan op een ligplaats aan hogerwal. U gaat bij voorkeur als volgt te werk: u vaart onder een hoek van ca. 45° naar de kade toe, 1 u brengt dan eerst uit een :
Correct antwoord
a. voorspring
Om ten anker liggende vast te stellen of het anker niet krabt, 1 moet regelmatig:
Correct antwoord
c. de ankerpeiling worden gecontroleerd
Bron: Proefexamen Vaarbewijs 1, 2006, uitgegeven door VAMEX.
Bekijk het originele document (PDF)
Schip Ahoy is niet verbonden aan VAMEX.